|
|
Biografie
Mijn naam is Margreet de Heer. Soms gebruik ik het pseudoniem Senoeni, een zelfbedachte naam die ontstaan is tijdens een spelletje mooie-woorden-Scrabble met mijn broer. Ik ben geboren op 27 oktober 1972, in het Academisch Ziekenhuis te Leiden, op de plek waar tegenwoordig de fietsenstallingen staan. Omdat mijn beide ouders dominee zijn, ben ik als kind al veel verhuisd - van het idyllische Okkenbroek (Overijssel) naar het winderige Harlingen; van daaruit verder Friesland in naar Augustinusga (een klein gat), Bergum (een iets groter gat) en tenslotte Leeuwarden (de metropool), waar ik op het Christelijk Gymnasium zat en later mijn eerste eigen huis betrok. Leeuwarden is mij verder lief vanwege het Stadstheater, het leukste amateurtheater dat ik ken. Hier heb ik een aantal jaren doorgebracht met stukjes schrijven en spelen en vooral deel uitmaken van "één grote familie", want dat gevoel brengt theater nou eenmaal met zich mee. Dankzij de OV-jaarkaart, die toen nog de hele week geldig was, studeerde ik terzelfdertijd in Amsterdam, aan de Filmacademie, waar ik het twee jaar uitgehouden heb voor ik besloot om dan "in godsnaam" maar theologie te gaan studeren.
In 1992 ben ik officiëel naar Amsterdam verhuisd en begon het Echte Leven in de Grote Stad. De eerste jaren theologie waren geweldig, en toen mijn interesse enigszins begon te tanen kreeg ik de kans uitwisselingsstudent te worden in Edinburgh, Schotland. Hier bereikte mijn interesse in de studie een dieptepunt, en na een kortstondige droom over een carrière in Amerika, keerde ik toch terug naar aarde en naar de theologie, alsook naar een Amerikaans vriendje dat ik in Edinburgh had opgelopen. In het tweede jaar aldaar leerde ik eindelijk wat Leren is, en hoe leuk het kan zijn, en verdiepte ik me meer en meer in de relatie tussen Wetenschap en Geloof, het onderwerp waar ik uiteindelijk, veel later, op afgestudeerd ben.
In 1997 bevond ik mij op een woonboot in Groningen, met een kat en het Amerikaanse vriendje en vroeg ik me af wat ik daar in godsnaam deed, en waarom ik niet vrolijk vrijgezel was in Amsterdam, de stad waar mijn hart ligt. De relatie eindigde roemloos, en voor ik het wist was ik aan een nieuwe relatie begonnen, in Amsterdam, met een 60-jarige schrijver. In de jaren die volgden zwoegde ik op mijn afstudeerscriptie, probeerde ik een baantje als jongerenwerker in een kerkelijke gemeente, deed ik een gedeelte van de Kerkelijke Opleiding en begon ik langzaam maar zeker mijn hardnekkige verslaving aan wiet in te zien.
In 1998 herontdekte ik mijn oude liefde voor het striptekenen. Ik sloot me aan bij Studio de Zwarte Handel van Maaike Hartjes en begon meer en meer te tekenen. In 1999 studeerde ik af als theoloog, en enkele maanden daarna verscheen mijn zelf-gepubliceerde stripboekje 'How To Get Over Your Ex'. Het werd mij steeds duidelijker dat ik liever verder wilde gaan in strips dan in de kerk, maar hoe pak je zoiets aan?
Het nieuwe millennium bracht voor mij grote omslagen: ik nam ontslag als jongerenwerker, stopte met blowen, beëindigde mijn relatie en werd aangenomen bij Stripwinkel Lambiek, waar ik in een soort Strip-Walhalla terecht kwam. Hier onderhield ik vijf jaar lang de site lambiek.net en begon mijn samenwerking met Kees Kousemaker, met wie ik in 2005 het boek "De Wereld van de Nederlandse Strip" maakte.
In mijn vrije tijd bleef ik strips tekenen. Ik kreeg een nieuwe relatie, met een man die al drie kinderen had en zo werd ik plotseling stiefmoeder. Mijn autobiografische strips kregen hiermee een nieuwe impuls en in september 2002 verscheen het eerste nummer van 'Kinderleed Komix', een serie van stripboekjes-in-eigen-beheer waar uiteindelijk zeven delen van zijn verschenen. Daarnaast kwam een commerciële stripproductie op gang: in 2004 kreeg ik mijn eerste strip in een weekblad: Isa in Yes. Datzelfde jaar werd de aimabele lesbo Mijntje geboren voor Zij aan Zij. Het jaar daarop kreeg uitgeverij Malmberg mij in de gaten en mocht ik Stella maken voor meidenblad Flo', en de scenario's schrijven voor Nino & Nena voor Jippo. Nog meer grotere en kleinere strips volgden, evenals cartoon- en illustratie-opdrachten. Hierdoor durfde ik in 2005 afscheid te nemen van Lambiek en de stap te zetten naar full-time striptekenaarschap!
In 2006 ging mijn droom van een heuse krantenstrip in vervulling, toen ik met vijf collega's een dagstrip mocht beginnen voor NRC.Next. Toen deze strip begin 2007 eindigde stapte ik over op het maken van stripreportages, wat ik sindsdien met zeer veel plezier maandelijks doe voor dagblad Trouw.
In 2008 ontmoette ik de man met wie ik getrouwd ben: dichter, schilder en striptekenaar Yiri T. Kohl. Dankzij hem kreeg ik de kans me weer te storten op een oude liefde: het theater. In de zomer van 2008 ondernamen we met internationaal theatergezelschap FoolishPeople het "immersive art-event" Terra:Extremitas, dat plaatsvond in de NDSM-werf in Amsterdam-Noord. Hierbij deden we niet alleen productie en acteerwerk, maar gaven we ook een boek uit samen met twaalf collega-striptekenaars.
Niet alleen mijn eigen strips hebben mijn interesse - vanaf 2003 heb ik ook regelmatig werk uitgegeven van Jong Striptalent onder de vlag van Senoeni Comics Productions. Ik ben gefascineerd door stripwerk van kinderen en bied ze graag een opstapje in de "echte" stripwereld. Sinds 2008 doe ik dat niet meer door boekuitgaven (hoewel ik nog wel ieder jaar de finalestrips van het NK Striptekenen voor de Jeugd uitbreng), maar vooral online op de site Daily Danger.
Ik woon en werk samen met Yiri in een fijn appartement in Amsterdam, met twee katten en een hoop projecten en dromen.
|
|